Bestuurder Henk Heethuis blikt terug

26 maart 2020

Sinds 2008 is Henk Heethuis betrokken geweest bij het Minkema College. Op 1 maart nam hij afscheid, maar hij blikt nog graag één keer terug. Henk Heethuis

Je bent als interim directeur begonnen, maar uiteindelijk twaalf jaar gebleven. Wat was de voornaamste reden om te blijven?

Na in 2008 een aantal maanden algemeen-directeur ad-interim van het Minkema College te zijn geweest, vroeg de nieuw benoemde bestuurder of ik nog een tijdje wilde blijven om het Minkema College te vertegenwoordigen in het ontwerp- en bouwteam voor het nieuwe havo/vwo-gebouw. Ik was namelijk als interim-directeur voor andere opdrachtgevers vaker betrokken bij scholenbouwprojecten. Dat ik nu een project kon begeleiden waarbij de school zelf vanaf het begin invloed had op het ontwerp wat betreft de onderwijsvoorzieningen en de inrichting vond ik erg aantrekkelijk. Zo hoort het eigenlijk ook. Overigens had ik naast deze parttime werkzaamheid ook nog andere opdrachten als interim-directeur en -bestuurder. 

"Doordat docenten veel inspraak hadden bij het ontwerp en de inrichting kon er een gebouw ontstaan dat ten volle in dienst staat van het primaire proces."

In het kader van het voorbereiden van de nieuwbouw van het Minkema College heb ik veel medewerkers leren kennen en had ik contact met vrijwel alle secties. Doordat docenten veel inspraak hadden bij het ontwerp en de inrichting kon er een gebouw ontstaan dat ten volle in dienst staat van het primaire proces: goed ingerichte vak- en theorielokalen, een educatieve tuin ingericht in vijf landschappen, een mediatheek annex studieruimte, studieplekken in de vides, gedigitaliseerde lokalen en een aula met, zo kunnen we het wel noemen, professionele  theaterfaciliteiten. Een gebouw bovendien, dat voldoet aan de hoogste eisen met betrekking tot luchtverversing en dat voor leerlingen en medewerkers bijzonder prettig is om in te verblijven.  

Het toeval wil dat toen ik na de oplevering van het nieuwe gebouw in mei 2013 zou vertrekken, de toenmalige bestuurder Rob Damwijk vertrok. Aangezien het management van een school of het besturen ervan eigenlijk mijn werk was, verzocht de Raad van Toezicht of ik een paar maanden wilde overbruggen tot er een opvolger voor Rob gevonden was. Ik had de jaren ervoor veel te maken gehad met de schoolleiding, met het stafbureau en met veel docenten, kende kortom de organisatie door en door. Die paar maanden overbrugging werden uiteindelijk een paar jaren. 

Wat beschouw je als de mooiste prestatie van het Minkema College in de jaren dat je bestuurder was?

Dat de twee scholen in een paar jaar tijd een aantal ingrijpende veranderingen hebben doorgevoerd en daarbij de kwaliteit van het onderwijs hebben weten te bewaken. Sterker: een slag in de kwaliteit hebben gemaakt. Ik doel op de positionering en herijking die noodzakelijk waren om het Minkema College toekomstbestendig te maken. Het proces was niet gemakkelijk, ook omdat de transformatie individuele collega’s raakte, van het management, docenten en medewerkers van het bestuursbureau. Planning & Control en P&O draaiden overuren. In de scholen ging het lesgeven gewoon door, terwijl er die ingrepen waren. En tegelijkertijd ook nieuwe ontwikkelingen wat betreft het onderwijs, zoals maatwerk en talentstromen bij het havo/vwo en bij het vmbo een herformulering van het aanbod met bijvoorbeeld nieuwe keuzevakken en de ontwikkeling van vier mavostromen. Natuurlijk raakte de uitfasering van twee profielen het vmbo diep. Daarnaast kreeg het vmbo ook nog een interne verbouwing voor de kiezen, die uiteindelijk zo ongeveer een jaar lang als last moest worden gedragen. 

"Wat een opsteker dat het ondanks al die tegenwerkende factoren in 2019 een inspectierapport in ontvangst mocht nemen dat klonk als een klok."

Naar mijn idee komt al hetgeen in de afgelopen periode is gebeurd tot uiting in de fantastische website van het Minkema College. Daaraan zie je wat het Minkema College te bieden heeft en hoe het zich als geheel presenteert. Dat het proces tot een goed einde is gebracht, is het resultaat van de inzet van velen en het niet aflatende vertrouwen in een goede afloop door de Raad van Toezicht en de Medezeggenschapsraad.

In de jaren dat je bestuurder was, is er veel veranderd. In onderwijsland (digitalisering, belang van maatwerk, hoge werkdruk), maar ook in de maatschappij (krimp, noodzaak om te profileren).  Hoe is in jouw ogen het Minkema College omgegaan met deze veranderingen?

Er komt inderdaad veel op scholen af. Het reguliere werk gaat door, dag in dag uit, terwijl vernieuwingen zich aandienen en ook maatschappelijke ontwikkelingen de nodige aandacht vragen. De concurrentie is soms groot; scholen in een bepaalde regio vissen in dezelfde vijver. Als school kun je echter niet met alle winden meewaaien. Je moet keuzes maken en ingezet beleid bewaken, anders maak je de docenten gek. Tegelijkertijd ben je als school elk jaar weer onderdeel van een vergelijkend ‘warenonderzoek’, in de zin van basisschoolleerlingen en hun ouders die een middelbare school zoeken. Dat warenonderzoek moet je ook keer op keer goed doorstaan. Het Minkema College heeft naar mijn mening zijn weg aardig gevonden, al moet er ook nu nog wel eens weerstand worden overwonnen. 

De werkdruk is op veel scholen onderwerp van gesprek, al zo lang ik mij kan heugen. Bij het Minkema College komt het aspect relatief vaak aan de orde in de PMR, zeker als het over taakbeleid of de invulling van de normjaartaak gaat, maar ook in gesprekken met individuele docenten. Maar werkdruk staat niet op zichzelf. De ervaring ervan wordt bepaald door een combinatie van factoren die elkaar soms onderling versterken. Hoe is het werk bijvoorbeeld georganiseerd? Hoe wordt er leiding gegeven? Naar mijn ervaring is het bespreken van de werkdruk lastig en weerbarstig, maar de discussie over de invulling van de normjaartaak en het taakbeleid zal hoe dan ook onderdeel van de oplossing moeten zijn.

Wat zou je de onderscheidende factor van het Minkema College willen noemen?

Een belangrijke, maar tegelijkertijd ook moeilijke vraag. Waarmee maak je in essentie het verschil? Dat een school dichtbij is, blijkt niet echt relevant, want wanneer je als ‘goede school’ wordt gezien, blijkt een half uur fietsen niet bezwaarlijk. Ik denk dat ouders en ook leerlingen vinden dat wat het Minkema College zegt te doen ook gebeurt en dat er oog is voor de individuele leerling. De kwaliteit van het onderwijs zou zeker een factor kunnen zijn, kijk naar de examenresultaten, maar soms heb ik het idee dat veel ouders dat als vanzelfsprekend ervaren. 

De zin ‘Het Minkema College biedt meer dan een diploma’, onder meer op de website, zou je  als de slogan van de school kunnen beschouwen. Hij draagt uit waarmee het Minkema  College het onderscheid wil maken. Ofwel: we leiden leerlingen niet alleen naar een mooi diploma, maar leren ze bijvoorbeeld ook om democratisch met elkaar om te gaan. Zo maak je jonge mensen weerbaar en wendbaar, geef je ze eveneens iets mee voor het leven. De vele buitenlesactiviteiten en reizen, bij het Minkema College de achterkant van het diploma genoemd, passen bij die zienswijze.

"Daarnaast is er meer aandacht voor softskills, zoals kritisch denken, probleemoplossend vermogen en samenwerken, in zijn algemeenheid en binnen specifieke vakken, zoals Onderzoek en Ontwerpen. Een en ander komt ook tot uiting in de wijze waarop gestalte wordt gegeven aan Burgerschapsvorming."

Ik ben er trots op dat het Minkema College daarin toonaangevend is gebleken. Dat is zeker de verdienste van bevlogen docenten, maar heeft ook een grondslag in het denken over de essenties van onderwijs. Op het Minkema College wordt Burgerschapsvorming niet enkel als een overheidsopdracht beschouwd, maar is er al langere tijd de overtuiging dat hierin voor het onderwijs een taak ligt. 

Dat er oog is voor de individuele leerling is van groot belang. Een leerling wil gezien worden. Niet alleen de docenten en schoolleiders hebben daarin een rol, ook de houding en de inzet van de ondersteunende medewerkers is van betekenis. Hoezeer leerlingen de contacten met conciërges en onderwijsassistenten waarderen, zie je in de dagelijkse praktijk. Ook dat draagt bij aan hoe leerlingen hun school ervaren.   

Tot slot: een school wordt ook op gevoel gekozen. In die zin maakt de naam ‘Minkema’ het verschil. Volgens mij kan de naam met recht een merknaam genoemd worden, een brand, op grond van de combinatie van de factoren die ik noemde. 

Wat acht je de grootste uitdaging voor het Minkema College voor de toekomst?

Uit gesprekken met bestuurders van VO-scholen in de regio kwam naar voren dat er nieuwe scholen op stapel staan. Gezien het grote voedingsgebied van het Minkema College zal de positionering ook voor de komende jaren absoluut aandacht vragen. Een voordeel is dat de ingrepen van de afgelopen jaren, de positionering en herijking, het Minkema een goede uitgangspositie hebben gegeven. De eenduidige aansturing door één schoolleiding met een onderwijsdirecteur draagt daar ook aan bij. Het profiel is scherper. De krimp is nog niet voorbij, maar als de leerlingdaling gelijke tred houdt met de krimp blijft het Minkema College een school die de toekomst aan kan. 

Wat is jouw wens voor het Minkema College?

Mogen het wensen zijn? Dat het Minkema College een belangrijke onderwijsspeler blijft in Woerden en de regio. Dat wat er nu zowel bij vmbo als havo en vwo aan ontwikkelingen gaande is, wordt vastgehouden en uitontwikkeld. Dat de school zijn kenmerkende veerkracht en flexibiliteit blijft behouden. Dat de grote betrokkenheid van de medewerkers een stabiele factor blijft. Dat er, nog meer dan nu, een combinatie wordt geboden van kennisoverdracht, ontwikkeling van vaardigheden en voorbereiding op het leven. Dat het Minkema College niet slaafs trendvolgend is, maar blijft uitgaan van de eigen kracht door fundamenteel te blijven nadenken over onderwijs en maatschappij.  

Na twaalf jaar Minkema College zwaai je niet alleen af bij onze school, maar ga je genieten van je pensioen. Welke mooie plannen liggen in het verschiet? En wat ga je het meeste missen?

Het toeval doet zich voor dat ik amper thuis was of de coronacrisis ontwikkelde zich in alle hevigheid. Dat plaatst ‘mooie plannen’ wel in een ander perspectief. Die plannen zijn overigens niet echt hemelbestormend. Enkele lange reizen buiten Europa staan wel op het  programma, maar we verheugen ons er al een paar jaar op om per trein reizen van een paar maanden door Europa te maken en dan ook voor langere tijd in een stad of streek te verblijven. Mijn vrouw is kunst- en bovenal architectuurhistorica en daarmee heb ik altijd en overal een gids bij de hand. Ze is ook een ware museumtijger, dus alertheid is geboden om niet oververmoeid te raken. Gezien die intentie van slow travelling ben ik van plan mijn talenkennis aan te scherpen. En ’s zomers willen we met de fiets Nederland verkennen en de Duitse en Deense Waddeneilanden bereizen. 

Ik ga me dus heus niet vervelen, maar gaandeweg ben ik me steeds meer verbonden gaan voelen met het Minkema College, dus zal ik de school en mijn collega’s echt wel gaan missen. Aangezien ik mezelf niet zie als iemand die op de winkel past, maar graag zaken in werking zet, zal ik vooral missen dat ik niet langer kan bijdragen aan de ontwikkeling van onderwijs. En natuurlijk de dynamiek die daarbij komt kijken, de interactie met docenten en schoolleiders. Overigens was ik gewend in mijn eentje het College van Bestuur te zijn, maar het laatste half jaar waren we met z'n tweeën, werkte ik samen met mijn opvolger Mark de Haas, en wel met bijzonder veel plezier. 

Dat ik door de coronacrisis niet persoonlijk afscheid van deze en gene heb kunnen nemen, vind ik erg spijtig. Ik volg het wel en wee van het Minkema College in deze verwarrende tijd via de website en social media en mijn conclusie is dat er fantastisch werk wordt verricht.

"De goede en alerte communicatie, de inzet van de docenten vanuit hun thuisbasis, de wijze waarop contact met de leerlingen wordt onderhouden, de verbindende filmpjes van Arjan van der Wart als directeur onderwijs – dit alles maakt mij ook nu nog trots op de school waar ik feitelijk geen deel meer van uitmaak."