media
  
Leerlingbegeleiding VMBO
 

Het mentoraat
Centraal staat wat een leerling en ouder mag verwachten van de school. Tevens willen we met deze paragraaf aangeven wat de taak is van de mentor. De mentor is / de mentor verzorgt:

Aanspreekpunt
Iedere mentor heeft een map of een werkdiskette waarin zich de gegevens van zijn/haar leerlingen bevinden. Hierin wordt van ieder contact het volgende kort weergegeven:

  • wanneer het contact heeft plaatsgevonden;
  • wat de inhoud was;
  • andere relevante gegevens.


Algemene ouderavonden
Ieder cursusjaar is er in september voor elke jaarlaag een algemene ouderavond. Hierin maakt de mentor kennis met de ouders en neemt met hen het jaar door. Onderwerpen zijn:

  • de jaaragenda,
  • de buitenlesaktiviteiten,
  • de ouderavonden n.a.v. de rapporten,
  • de rol van de afdelingsassistent,
  • de map met korte verslagen en andere gegevens,
  • de afspraken n.a.v. individuele gesprekken met leerlingen( bijvoorbeeld wanneer rondt de mentor de eerste gespreksronde af, de werkwijze van de cijferkaart).


Rapportvergaderingen en gesprekken met ouders
In de rapportvergaderingen worden de leerlingen besproken. Adjunct-directeur en mentor bereiden samen de vergadering voor. Na rapport 1-2-3 vindt er een mentorgespreksavond plaats.

  • Bij rapport 1: op uitnodiging van de mentor en op wens van de ouders
  • Bij rapport 2: algemeen informatief deel, gevolgd door een gesprek met de mentor. De mentor wordt bijgestaan door een collega die les geeft in dezelfde klas en/of adjunct-directeur/decaan.
  • Bij rapport 3: dezelfde procedure als bij rapport 2.


Na de rapportvergadering aan het einde van het schooljaar zal de mentor contact opnemen met de leerling of de ouders/verzorgers om hen in kennis te stellen van de uitkomst van de vergadering. Indien gewenst maakt hij/zij een afspraak voor een vervolggesprek.
Indien gewenst door de ouders, is er via het secretariaat een afspraak te maken met een individuele docent.

Bij de mentorgespreksavonden worden de leerlingen bij de gesprekken verwacht.

Tussentijdse contacten
Wanneer de ouders/verzorgers signalen hebben over hun kind kunnen zij ten alle tijden contact opnemen met de mentor. De mentor neemt contact op indien er zeer duidelijke negatieve signalen zijn. ( gedrag, cijferbeeld)

Samenwerking met de afdelingsassistent
De mentor krijgt wekelijks een overzicht van de absenties en andere wetenswaardigheden zoals rode kaarten. Ook krijgt hij een overzicht van de door de afdelingsassistent genomen maatregelen.

Het verzorgen van Minkema-uren

Met ingang van het schooljaar 2002-2003 zijn op dinsdag voor de bovenbouw en op donderdag voor leerjaar 1 en 2 de Minkema-uren ingeroosterd. Op deze uren zijn er diverse activiteiten. Onder deze activiteiten verstaan we:

  • mentorgesprekken( individueel of in kleine groepjes),
  • klassikale lessen rond studievaardigheden,
  • kuvo activiteiten
  • belangrijke activiteiten m.b.t. vaardigheden (ook sociale vaardigheidstraining, faalangst, cumi, RH/RT en leren leren……….).


Ieder onderwijsteam stelt jaarlijks vast welke activiteiten plaatsvinden.

Voorbeeld: Iedere leerling in klas 1 wordt gescreend op zijn ict-vaardigheden. Dit gebeurt in groepjes door de ict-medewerker. De rest van de klas blijft bij de mentor en krijgt een gesprek of er worden bepaalde studievaardigheden ingeoefend.

In leerjaar 2 kan bijvoorbeeld worden opgenomen dat men powerpoint leert.

Buitenlesactiviteiten
De mentor is betrokken bij de buitenlesactiviteiten van zijn /haar mentorgroep

Ieder schooljaar wordt per leerjaar een jaarplan vastgesteld. In ieder jaarplan is een aantal vaste afspraken opgenomen en het wordt aangevuld met kuvo, sport en spocuto/bak.

Afstemming met de adjunct-directeur
In het kader van het onderwijsproces is de adjunct-directeur eerste verantwoordelijke voor de gang van zaken in zijn/haar leerjaren. Hiervoor heeft de adjunct-directeur regelmatig overleg met de mentoren en elke week met de afdelingsassistent.

Wanneer een leerling in zodanige problemen( gedragsmatig en/of leertechnisch) komt dat de mentor of de afdelingsassistent de oplossingen niet meer binnen redelijke termijn kan verzorgen, zal de adjunct-directeur de zaak overnemen.

Contacten met externe instanties lopen altijd via de adjunct-directeur.

Bij de buitenlesactiviteiten van zijn leerjaar zal de adjunct-directeur aanwezig zijn.

Een leerling met moeilijkheden op het gebied van studieplanning, met problemen bij het woordjes leren of met tegenvallende prestaties bij voldoende leerwerk heeft in de M- uren gelegenheid om met de mentor naar oorzaken en oplossingen te zoeken. Zo kunnen zij de studieaanpak nog eens doornemen, controleren en verbeteren. Via het rapportageboekje worden de ouders op de hoogte gehouden.

Mocht er iets zijn waarvan u als ouder denkt dat de school daarvan op de hoogte moet zijn, dan kunt u het best contact opnemen met de mentor van uw kind. Omdat het hier soms vertrouwelijke gegevens betreft, raden wij u aan met de mentor af te spreken welke informatie wel en welke niet aan de docenten kan worden doorgegeven.

Bijzonderheden over uw kind die aan het begin van zijn schoolcarrière bij ons bekend zijn (bijvoorbeeld op medisch gebied), worden bij bevordering van uw kind aan de mentor van het volgende leerjaar doorgegeven. Ook informatie over de studieresultaten van uw kind wordt aan het eind van ieder schooljaar aan de mentor van het volgend leerjaar overgedragen.

Op deze manier ontstaat er continuïteit in de begeleiding, ook als de mentor niet met zijn klas "meegaat".

Afdelingsassistenten VMBO

Het Minkema College wil de dienstverlening en informatieverstrekking naar ouders en leerlingen zo goed mogelijk uitvoeren.
Om dit te realiseren zijn er 2 afdelingsassistenten aangesteld, die de adjunct-directeuren assisteren bij het afhandelen van ziekte- en telaatmeldingen en uit de les verwijderde leerlingen.
Wanneer een leerling uit de klas wordt verwijderd, moet hij zich direct melden bij de afdelingsassistent.
Hij ontvangt dan een rode kaart waarop hij een aantal dingen moet invullen.
De afdelingsassistent geeft hem een taak voor het restant van de lestijd.
Aan het einde van de betreffende les gaat de leerling terug naar de docent en overhandigt de rode kaart. De docent kan dan twee dingen doen: of hij handelt de kwestie zelf met de leerling af en geeft de rode kaart aan de mentor, of hij stuurt de leerling naar de adjunct-directeur.
Daarnaast is de assistent vraagbaak en eerste opvang voor leerlingen en ouders.

Als uw kind ziek is of om een andere reden niet naar school komt, moet u dit melden bij de afdelingsassistenten.

  
 
 
 
media
  
Meer informatie
 
  
 
Copyright Minkema College 2008 - Vormgeving SchoolMaster BV